Huub in de Weelde

Het was even na negenen toen ik de Weelde in liep, Huub aan mijn zijde, zoals altijd wat te ver vooruit, alsof hij iets wist wat ik nog moest ontdekken. De lucht stond stil, slechts een enkele merel doorbrak de ochtend met een gezang. Onder de bomen was het koel, het zonlicht lag in stroken op het hobbelige pad, dat we kenden als onze broekzak, maar dat toch telkens nieuw leek — als een oude vriend die onverwacht begint te vertellen over iets wat je nooit geweten had.


We staken het houten bruggetje over. Huub stond stil, zijn oren in de wind, ogen op het riet. Een seconde later sprong hij, zonder waarschuwing. Hij verdween tussen het riet, het kroos week uiteen.


Ik wachtte.


Toen ik zijn kop niet meer zag, floot ik hem in met het signaal wat hij al 6 jaar kent. Niets. Alleen het trillen van een rietstengel, de stilte van het opgeschrikte gras. Mijn hand ging naar de tracker. Geen signaal. Natuurlijk. App bijwerken. Verbinden. Kijken. Nog steeds niets.


Mensen liepen langs. Honden draafden vrij tussen bomen, zonder plan, maar ook zonder verdwaling. Een vrouw keek op van haar telefoon.

“Alles goed?”

“Mijn hond,” zei ik, “is ergens in het water verdwenen.”

Ze knikte, alsof ze het begreep, maar natuurlijk begreep ze het niet.

“Het is een losloopgebied,” zei een man die erachter liep, “maar geen wegloopgebied.”

Hij glimlachte, maar ik niet. Huub kan niet lezen, dacht ik. Dat is zijn onschuld. Zijn vrijheid.


Een half uur verstrijkt traag als je wacht op iets dat je dierbaar is. Elke minuut is een afgrond. Ik liep, riep, draaide me om, liep terug. De brug, het pad, de zon hoger nu. En toen — geluid. Geritsel. En uit het riet, dook hij op: Huub. Groener dan ik hem ooit had gezien, onder het kroos, zijn vacht kleverig van het slib, ogen glanzend, staart als een vaandel.


Hij rende op me af, vrolijk, niets aan de hand, met de geur van water en gecultiveerde wildernis. Alsof hij wilde zeggen: “Wat kijk je moeilijk, ik was hier gewoon.”


Ik aaide hem, sprak geen woord. Soms is stilte het enige wat past.


En terwijl we terugliepen over het hobbelige pad, dacht ik: hij verdwijnt niet. Hij is alleen af en toe even weg.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Anton Antipode - mijn grootvader

Barbara overpeinzingen

Kleine oma