Regen
Half tien. Het eerste korte rondje hebben we om zeven uur al gedaan. Toen was het nog gewoon weer. Nu regent het pijpenstelen. En als Huub voor me komt staan, weet ik hoe laat het is. Gaan we? Ik kijk naar buiten. De tuin verandert langzaam in een soort moeras en de regen tikt zonder enige vorm van medelijden tegen de ramen. Dit is niet bepaald weer om gezellig een eindje te gaan wandelen. Maar ja… neem een hond, dan kom je nog eens buiten, hadden ze gezegd. Sokken aan. Waterdichte schoenen. En dan trek ik mijn lange, volstrekt belachelijke waxcoat aan met capuchon. Ik kijk even in de spiegel. Ik zie eruit als een cowboy. En ineens ben ik weer terug in het ziekenhuis. Mijn vader lag op sterven. Ik had een paar uur bij hem gewaakt en moest even naar het toilet. Toen ik terugkwam keek hij me aan. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht en met zijn hand wees hij naar het plafond. Een ondeugende twinkeling in zijn ogen. Ze hebben kooiboois hier. Mijn vader. Vaak hadden we sa...