Posts

Gedeckte Kaffeetisch 1973 – Solingen

De tafel stond al klaar toen we binnenkwamen. In de eetkamer van tante Rosie hing die typische geur van koffie, boenwas en iets zoets dat langzaam de hele ruimte vulde. Op de tafel lag een smetteloos wit damasten tafellaken, strak gestreken alsof er niemand aan mocht komen. Het licht viel door het grote open raam naar binnen en liet kleine schaduwen dansen over het patroon van het linnen. Tante Rosie had alles tot in de puntjes verzorgd. Het Wedgwood-servies stond keurig opgesteld, kopjes met schoteltjes, suikerpot, melkkan. De grote koffiekan had op de tuit zo’n schuimrubberen druppelvanger, een wonderlijk ding dat ik als tienjarige eindeloos bleef bekijken. Duits praktisch vernuft, vond men toen. Maar mijn ogen gingen meteen naar het midden van de tafel. Daar stond de buttercrèmetaart. Speciaal voor mij. Een kroon van botercrème, zachtgeel van kleur, met sierlijke rozetten langs de rand. Daaromheen schalen met vruchtentaarten: glanzende kersen, rode aardbeien en de groenige Reine Cla...

Is haast de nieuwe armoede?

Vroeger werd armoede gemeten in geld. Je had te weinig om te kopen wat nodig was. Tegenwoordig vraag ik me soms af of er een andere vorm van armoede bestaat. Niet in de portemonnee, maar in de agenda. Een tekort aan tijd. Een tekort aan rust. Een tekort aan aandacht. Misschien is haast wel de nieuwe armoede. Ik zie het bijna elke dag. Op de snelweg schiet iemand met grote snelheid voorbij. Rechts, links, nog een baan opschuiven. Een risico nemen voor een paar seconden winst. Even later staan we naast elkaar bij hetzelfde rode stoplicht. De motor draait stationair. De tijdwinst is verdwenen. Alleen het risico blijft achter. Ook in de supermarkt lijkt iedereen onderweg naar een onzichtbare finishlijn. Winkelwagens worden langs elkaar gemanoeuvreerd alsof er een prijs te winnen valt. Mensen kijken op hun telefoon terwijl ze lopen. Niemand wil wachten. Niemand heeft tijd. En toch hebben we allemaal dezelfde vierentwintig uur. Er is haast om carrière te maken. Op je vijfentwintigste su...

Joke

Herinneringen terwijl je er nog bent, maar waarschijnlijk niet voor lang. Het is een vreemde tijd, een tijd waarin alles al herinnering lijkt terwijl het nog ademt. Alsof woorden zich al voorzichtig in de verleden tijd zetten. Ik had je zo graag nog één keer willen zien. Niet groots, niet dramatisch. Gewoon jij, zoals je was. Je knokige vuist tegen mijn schouder — half plagerij, half bevestiging dat ik er was. Dat kleine gebaar dat meer zei dan hele gesprekken ooit konden. Daar zat jouw taal in. En de telefoongesprekken. De lange, soms schurende gesprekken over mijn moeder. Over de ruzies van vroeger, die als oude krassen op een plaat bleven overslaan. Jij die luisterde. Soms bromde. Soms zweeg. Maar altijd bleef. Alsof we samen probeerden het verleden te temmen door het uit te spreken. Alsof woorden pleisters waren op iets wat nooit helemaal zou helen. Straks zijn we allemaal vergeten. Geleden in het heden. Vergaan met een verleden. Het is een wonderlijke gedachte: dat we nu nog prate...

De Taal van de Angst

  De Taal van de Angst 1. De School die Niet Spreekt De Taalplusschool lag verscholen tussen grijze nieuwbouwblokken, alsof het zich wilde verbergen voor de stad. Binnen rook het naar geprinte lesmaterialen, oude koffie en vermoeidheid. Toen  Lou  na de zomer terugkeerde, herkende ze bijna niemand meer. Nieuwe gezichten, nieuwe docenten, nieuwe leiding. Daarom had ze samen met collega Annemarie een groepsapp aangemaakt:  Taalplus Uit & Thuis . Een poging om saamhorigheid terug te brengen. Het werkte verrassend goed: binnen een week zaten er zestig mensen in de groep. Docenten, administratie, facilitair, zelfs management. Alleen al daarom had Lou meer contact met Annemarie gekregen—vriendelijk, warm, eerlijk. Totdat M verscheen. 2. De Opkomst van M M had ooit een zachte, bijna fluisterende manier van praten die mensen geruststelde. Ze zat bij Team Alfa, de groep die analfabete cursisten begeleidde. Toen de teamleider ineens ziek uitviel, nam M ongemerkt de rol ove...