Gedeckte Kaffeetisch 1973 – Solingen
De tafel stond al klaar toen we binnenkwamen. In de eetkamer van tante Rosie hing die typische geur van koffie, boenwas en iets zoets dat langzaam de hele ruimte vulde. Op de tafel lag een smetteloos wit damasten tafellaken, strak gestreken alsof er niemand aan mocht komen. Het licht viel door het grote open raam naar binnen en liet kleine schaduwen dansen over het patroon van het linnen. Tante Rosie had alles tot in de puntjes verzorgd. Het Wedgwood-servies stond keurig opgesteld, kopjes met schoteltjes, suikerpot, melkkan. De grote koffiekan had op de tuit zo’n schuimrubberen druppelvanger, een wonderlijk ding dat ik als tienjarige eindeloos bleef bekijken. Duits praktisch vernuft, vond men toen. Maar mijn ogen gingen meteen naar het midden van de tafel. Daar stond de buttercrèmetaart. Speciaal voor mij. Een kroon van botercrème, zachtgeel van kleur, met sierlijke rozetten langs de rand. Daaromheen schalen met vruchtentaarten: glanzende kersen, rode aardbeien en de groenige Reine Cla...