Posts

Posts uit oktober, 2025 tonen

Flarden en knipsels

Het was een andere tijd, ome Paul en tante Els. Ik herinner me flarden, maar zie ze zonder foto zo voor me. Omes en tantes — ik noemde ze wel zo, maar ik geloof dat Paul eigenlijk een neef van mijn moeder was. Vanaf twee hoog keek ik uit over de straat en zag de nieuwe Fiat aankomen. Ome Paul stapte uit, opende de kofferbak en haalde met vaste hand de rolstoel eruit. Hij klapte hem open, legde zijn zwarte jaren zeventig-handschoenen — met die gebreide tussenstukjes — op de handvaten en reed naar de passagierskant. Behendig hielp hij tante Els in de stoel. Nu ik dit schrijf, bedenk ik me dat ik mis hoe tante Els eigenlijk naar boven kwam. Maar boven kwam ze.  Een deel van onze familie is sportief. Wielrennen, atletiek, altijd beweging. Dat gen heb ik niet geërfd — mijn kant heeft andere talenten en ik rommel maar wat aan, met producten, woorden, koken en muziek. Het eerste stukje dat ik ooit over Paul terugvond was een vergeeld krantenknipsel uit 1941. Een verslag van een wielerbaan...

De Pont van Velsen

Aan het Pontplein stond ik te wachten, op mijn groene Zündapp, de motor uit. Het water glinsterde zilverachtig onder de zon. Aan de overkant zag ik de Rijkspont 7 zich langzaam losmaakte van de wal, het zwarte rookkanaal dampend, de diepe brom van de motoren. Eerst de mensen eraf — dat was altijd het moment van ongeduld. Fietsers die met hun kettingen kletterden, brommers die te vroeg het gas open trokken en een reprimande van de pontwachter kregen. Pas als de laatste voetganger van de klep was, mocht je erop. Onder het gebogen metalen afdak, de binnenzijde vol klinknagels als littekens, glanzend onder lagen verf — geel, wit, grijs, in stroken aangebracht door generaties schilders. De houten planken van het wegdek waren donker van olie en zout water. Ze glommen in de regen. Bij slecht weer zocht ik beschutting bij de machinekamer, waar het warm was en de lucht dik van diesel en metaal. Het gebrom van de motoren had iets geruststellends — als het ritme van een groot, traag hart. En dan,...
  Havermoutmelk – Generatiekloof in het losloopgebied Ik heb ernstige jeuk. Niet van muggen of brandnetels, maar van de havermoutmelk-generatiekloof. Een hardnekkige aandoening, opgelopen in het losloopgebied waar ik met Huub wandel. De dijk is afgesloten, dus daar crossen ze nu met hun elektrische Babboes door het bos, helm op, kind in de bak, havermoutlatte in de bekerhouder. Twee groepen mensen die niet samengaan op één pad: zij en ik. Net zoals Huub niet thuishoort op een fietspad of snelweg. Ze praten hardop in het bos, maar niet met elkaar. Twee witte dopjes in hun oren — de nieuwe tandpastadoppen — houden hen verbonden met iets of iemand ver weg. De blik strak op hun telefoon gericht, de duim eeuwig scrollend. Geen oog voor modder, honden of werkelijkheid. Ze hebben nooit de teleurstelling van spruitjes meegemaakt, nooit de bittere nasmaak van “je eet wat de pot schaft”. Nooit teleurgesteld, altijd tevreden gesteld. Eten op maat, schermtijd op maat, fietsje met airba...