Flarden en knipsels
Het was een andere tijd, ome Paul en tante Els. Ik herinner me flarden, maar zie ze zonder foto zo voor me. Omes en tantes — ik noemde ze wel zo, maar ik geloof dat Paul eigenlijk een neef van mijn moeder was. Vanaf twee hoog keek ik uit over de straat en zag de nieuwe Fiat aankomen. Ome Paul stapte uit, opende de kofferbak en haalde met vaste hand de rolstoel eruit. Hij klapte hem open, legde zijn zwarte jaren zeventig-handschoenen — met die gebreide tussenstukjes — op de handvaten en reed naar de passagierskant. Behendig hielp hij tante Els in de stoel. Nu ik dit schrijf, bedenk ik me dat ik mis hoe tante Els eigenlijk naar boven kwam. Maar boven kwam ze. Een deel van onze familie is sportief. Wielrennen, atletiek, altijd beweging. Dat gen heb ik niet geërfd — mijn kant heeft andere talenten en ik rommel maar wat aan, met producten, woorden, koken en muziek. Het eerste stukje dat ik ooit over Paul terugvond was een vergeeld krantenknipsel uit 1941. Een verslag van een wielerbaan...