Benzine station

 Benzinestation


Mijn vader tankte bij de Esso. Geen tijger in de tank, geen Amerikaans gebrul, maar lucht- en ruimtevaartmunten. Kleine metalen schijven met gezichten van pioniers: mannen met strakke kaken en blikken die verder reikten dan de snelweg. Ik kende hun namen niet, maar hun koppen zijn blijven hangen. Alsof je geschiedenis meekreeg bij elke liter super.


Zelf tankte ik later vooral bij de Shell. Geen tijger, wel zware handdoeken. “Die zijn goed,” zei mijn moeder, en dat was genoeg. Het station was morsig: benzine, olie, oude regen op een vloeistofdichte vloer die alles beloofde behalve schoonheid. Het rook er naar onderweg zijn. Naar niet blijven hangen.


Nu tank ik weer bij de Esso. En elke keer denk ik: waar ben ik eigenlijk terechtgekomen?


Alles flitst. Signing, schermen, pijlen. Clean, strak, efficiënt. Zo oogt het tenminste. Maar het is geen tankstation meer, het is een wij-leveren-alles-concept. Automaterialen. Koffie in alle denkbare varianten. Koek, snoep. Luxe belegde broodjes. Huisgemaakte wraps. Salades die eruitzien alsof ze ergens anders zijn geboren. Hamburgers in meervoud, met keuzes waar ik niet om gevraagd heb.


Buiten staat een koude wind in de mist. Acht pompen. Ik kies automatisch een linker aan die kant zit mijn tank, €1,97 per liter.

Binnen loop ik langs verkoop-eilanden en gondels naar de snackbarbalie. Overal ligt iets dat mee moet: twee halen één betalen, limited edition, vers bereid. Mensen wachten op koffie met schuimlagen, op snacks die piepen onder warmtelampen, op broodjes met namen die langer zijn dan de rij ervoor. Sigaretten achter donker glas, keurig uitgestald, maar onzichtbaar alsof ze zich schamen voor wat ze doen.


De medewerkers bewegen voortdurend. Rennen is het niet, maar ook geen lopen. Een permanente staat van haast. Bestellingen verschijnen op schermen, verdwijnen weer. Pieptonen. Een frituur die sist, een koffiemachine die sist terug. Alles communiceert behalve met mij.


Ik sta erbij met mijn pompnummer en mijn bedrag in mijn hoofd. €25,97. Dat is helder. Dat klopt. Dat is waarvoor ik kwam. Maar ik word ingehaald door wraps, burgers, cappuccino’s met havermelk. Mijn simpele handeling — tanken, betalen, weg — is gedegradeerd tot bijzaak.


Tien minuten sta ik daar. Tien minuten waarin drie hamburgers worden opgebouwd alsof het bouwprojecten zijn. Broodje open, saus, vlees, weer saus, twijfel, overleg. “Speciaal?” Ja, speciaal. Alles is hier speciaal. Behalve ik.


Buiten koelt mijn auto af in de mist. Binnen warmt alles op behalve mijn geduld. Ik kijk naar de rij, naar de schermen, naar mijn eigen handen die niets doen. Dit is geen tussenstop meer. Dit is een verblijf.


Als ik eindelijk aan de beurt ben, voelt het niet als afronden maar als ontsnappen. Pinnen, geen oogcontact, een mechanisch “fijne dag”. Buiten ruikt het weer naar benzine en nat asfalt. Even adem.


Dit is het nieuwe tanken.

Niet vullen en verder.

Maar wachten op andermans honger.

Lekker efficiënt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Anton Antipode - mijn grootvader

Barbara overpeinzingen

Kleine oma