Benzine station
Benzinestation Mijn vader tankte bij de Esso. Geen tijger in de tank, geen Amerikaans gebrul, maar lucht- en ruimtevaartmunten. Kleine metalen schijven met gezichten van pioniers: mannen met strakke kaken en blikken die verder reikten dan de snelweg. Ik kende hun namen niet, maar hun koppen zijn blijven hangen. Alsof je geschiedenis meekreeg bij elke liter super. Zelf tankte ik later vooral bij de Shell. Geen tijger, wel zware handdoeken. “Die zijn goed,” zei mijn moeder, en dat was genoeg. Het station was morsig: benzine, olie, oude regen op een vloeistofdichte vloer die alles beloofde behalve schoonheid. Het rook er naar onderweg zijn. Naar niet blijven hangen. Nu tank ik weer bij de Esso. En elke keer denk ik: waar ben ik eigenlijk terechtgekomen? Alles flitst. Signing, schermen, pijlen. Clean, strak, efficiënt. Zo oogt het tenminste. Maar het is geen tankstation meer, het is een wij-leveren-alles -concept. Automaterialen. Koffie in alle denkbare varianten. Koek, snoep. ...